Dag van de Milieufilosofie 2013

Filosoferen terwijl wij wachten op de “technofix”?

Het staat buiten kijf dat de mens allerhande milieuproblemen veroorzaakt, maar we zijn het niet eens over hoe deze problemen op te lossen. Vanuit de gedachte ‘schuld maakt boete’ bepleiten sommigen dat wij onze consumptiepatronen dienen aan te passen. De meeste mensen lijken echter hun hoop te hebben gevestigd op technologische oplossingen. Deze zijn zo in trek, niet alleen omdat ze soms al op korte termijn economische winst beloven, maar vooral omdat ze geen grootschalige gedragsverandering lijken te vergen. Maar wat zegt ons geloof in de ‘technofix’ eigenlijk over ons en onze omgang met de natuur? Wat zegt het geloof in het gebruik van technologieën als geo-engineering, biobrandstoffen en nanotechnologie over ons beeld van de beheersbaarheid van de natuur en de rol van de mens hierin?

Tijdens de Dag van de Milieufilosofie gaan milieufilosofen in debat met mensen die vanuit hun praktijk met milieuproblemen te maken krijgen over het geloof in de technofix, en over een variëteit van thema’s met filosofische aspecten, zoals de terugkeer van de wolf, een rechtvaardige omgang met klimaatverandering, hoe landschapswaarden te begrijpen en het belang van biodiversiteit. Tijdens deze dag zal duidelijk worden wat de inbreng van de filosofie bij het omgaan met milieuproblemen kan zijn, en tegelijkertijd zal de milieufilosofie gevoed worden met kennis uit de praktijk. Hoe kunnen praktische dilemma’s worden begrepen, en welke concepten houden ons gevangen? Is milieufilosofie kritisch, activistisch, beschuldigend of juist pragmatisch en zelfs enthousiasmerend?

Programma

9.30- 10.00                  Inloop met koffie en thee

10.00-11.15                   Plenaire lezing Jozef Keulartz: Het belang van de milieufilosofie: 50 (51)  jaar na Silent Spring, 41 jaar na ‘Grenzen aan de Groei’

keulartz 2013 - carson ppt   keulartz 2013 - De actualiteit van Rachel Carson doc

11.15-11.30                    Korte koffiepauze

11.30-13.00                  Eerste ronde parallele workshops (A & B)

13.00-14.00                  Lunch

14.00-15.30                  Tweede ronde parallele workshops (C&D)

15.30-16.00                  Lange koffiepauze

16.00-17.00                  Paneldiscussie: Filosoferen terwijl we wachten op de ‘technofix’?Discussieleider: Josee van Eijndhoven

17.00-17.15                   Uitreiking Wouter Achterberg-scriptieprijs

17.15- 18.00                  Afsluitende borrel

Workshops

A: Klimaatverandering

B: Dieren

C: Landschap

D: Biodiversiteit

A. Klimaatverandering – Geoengineering, zegen of vloek?

De laatste tijd is er veel discussie over geoengineering: bewuste en grootschalige ingrepen in het wereldwijde milieu, die als oogmerk hebben om klimaatverandering te beperken. Er kunnen bijvoorbeeld bepaalde stoffen worden toegevoegd aan oceanen of aan de atmosfeer. Of men zou spiegels in de woestijn kunnen plaatsen om zonlicht te reflecteren. Is geoengineering, zoals sommigen menen, de beste en meest effectieve manier om klimaatverandering te bestrijden, althans onder de huidige omstandigheden? Of is het een allerlaatste redmiddel, en misschien zelfs een medicijn dat erger is dan de kwaal? Dergelijke vragen, met hun meer fundamentele en praktische kanten, staan in deze workshop centraal.

RIPHAGEN ppt 1 Monique Riphagen ppt

B. Dieren – De gans, het vliegtuig, de vos en de weidevogel?

We hebben altijd met wilde dieren samengeleefd, maar in onze hoogtechnologische samenleving komt hun positie steeds meer ter discussie te staan. Sommige van deze dieren worden zeer gewaardeerd en zijn goed geïntegreerd in de Nederlandse samenleving, maar andere worden gezien als onwenselijk en zelfs schadelijk. Bijvoorbeeld de muskusrat, de kakkerlak, en de mug hebben een duidelijk negatieve maatschappelijke status. Echter, deze status kan variëren door de geschiedenis heen en tussen verschillende sociale groepen. Vanuit de dierethiek en in de praktijk wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de status van wilde en gedomesticeerde dieren, maar wat als sommige wilde dieren zelf die grens lijken te doen vervagen? Het onderscheid blijkt in veel gevallen eerder gradueel te zijn.

In dit panel zoomen we in op de situatie van de ganzen in Nederland. Zij zijn bijzonder succesvol gebleken in de Hollandse grazige weiden. Tegelijkertijd levert hun hoge aantal aanzienlijke overlast, voor melkveehouders, de vliegtuigen rond Schiphol en zeldzame planten. Om die reden worden ze jaarlijks op grote schaal vergast. Is dit alleen een kwestie van menselijke belangen die het winnen van die van de wilde gans? Of hebben de ganzen zich zodanig aangepast aan de nederlandse omstandigheden dat hun wilde status valt te betwijfelen? Is door het bejagen van de vos het ecologische evenwicht verstoord waardoor de ganzen zich zo goed hebben weten te vermenigvuldigen? Zou door herstel van de vossenpopulatie het aantal ganzen op meer natuurlijke wijze in toom kunnen worden gehouden, of gaat dat ten koste van onze geliefde weidevogels? Over deze driehoeksverhouding en de praktische betekenis van (gradaties van) wildheid gaan we in deze sessie in debat, met ecoloog Frans Vera, filosoof Sjaak Swart (RUGroningen) en onder leiding van filosoof Erno Eskens (ISVW).

Untitled    Sjaak Swart ppt

wolf thomas roche foto: thomas roche

C. Landschap – De komst van de wolf

Deze sessie rond het thema ‘landschap’ gaat over de vraag hoe de komst van de wolf een nieuw licht kan werpen op onze relatie tot natuur en landschap. Op de vele plekken waar de wolf zijn rentree maakt roept dat vele reacties op, variërend van enthousiasme en verwondering, tot angst en zelfs haat. Waar de terugkeer van de lynx of andere roofdieren weinig commotie veroorzaakt, daar leidt de aankondiging van de wolf al tot verhitte debatten en gespannen verhoudingen. Kennelijk raakt de wolf een gevoelige snaar. Wat we daarvan kunnen leren is dat onze relatie tot de wolf niet enkel wordt bepaald door het feitelijke gedrag van deze dieren, maar dat er ook allerlei culturele betekenissen een rol spelen in onze omgang met wilde natuur.

Tijdens de sessie zal milieufilosoof Martin Drenthen (RU) argumenteren dat ethische ideeen over nieuwe natuur niet los kunnen worden gezien van bredere visies op zelf en wereld. Dat blijkt duidelijk in het wolvendossier. Een van de diepere reden waarom veel mensen de wolf te willen verwelkomen heeft misschien niet zozeer te maken met de ecologische functie die de wolf vervult, maar eerder omdat de wolf voor veel mensen symbool staat voor de ‘wildheid’ van de natuur, die soms lastig of eng is, maar door velen ook wordt gemist in ons moderne leven.

Vervolgens zal historisch ecoloog Rob Lenders (RU) (RU) iets vertellen over de geschiedenis van de wolfvervolging in Europa en de symbolische lading van de wolf in de Europese (en ook Nederlandse) geschiedenis. Hij zal dit doen aan de hand van een historische uitstapje. Tot aan de vroege middeleeuwen bestonden in Europa zogenaamde Männerbünde, groepen jongemannen die buiten de gemeenschap leefden, toestemming hadden om te stelen en zich associeerden met wolven. Zij vormden waarschijnlijk de inspiratiebron voor het Robin Hood verhaal, en werden vanaf de middeleeuwen actief verketterd door de kerk. Veel van de symbolische betekenissen en angsten die vandaag spelen rond de wolf lijken terug te gaan op zulke eeuwenoude geschiedenissen, die nooit alleen over de wolf, maar ook altijd over onszelf gaan.

Nu de wolf bijna vanuit een min of meer stabiele populatie in Duitsland aan onze grenzen staat, dringt zich de vraag op wat de wolf wezenlijk betekent voor onze cultuur en ons natuurlijk erfgoed? Ecoloog en rewilding expert Erwin van Maanen (EcoNatura) zal de komst van de wolf belichten vanuit zijn deskundigheid als roofdierdeskundige. Hij zal ingaan op de vraag wat er nodig is voor een daadwerkelijk duurzame of levensvatbare vestiging van wolven in Nederland, en welke mogelijke ‘offers’ dat van ons vraagt. De wolf vraagt om een hernieuwde bespiegeling op onze huidige omgang en inzet voor natuur. Wanneer we als moderne samenleving nog wolven in ons midden willen hebben, dan zullen we onze verstarde of aan banden gelegde natuur moeten laten transformeren naar een toestand met meer dynamiek en vitaliteit, en minder .

D. Biodiversiteit

Door toedoen van de mens neemt de soortenrijkdom af. Hoe daarop te reageren? In deze workshop nemen we zowel het nationale als internationale perspectief.

 Nationaal: Planken Wambuis is een stuifzandheidelandschap van Natuurmonumenten, gelegen naast de Hoge Veluwe. De Nederlandse stuifzandheidelandschappen zijn gedecimeerd tot twee procent van hun maximale oppervlakte rond het midden van de negentiende eeuw, maar het zijn wel zo’n beetje de enige stuifzandheidelandschappen die overgebleven zijn van de bijna 400.000 hectare die Europa ooit rijk was. Omdat deze ‘Atlantische woestijnen’, zoals ze ook wel genoemd worden, nog vrijwel alleen in Nederland voorkomen, draagt ons land hiervoor ook in internationaal verband een grote verantwoordelijkheid. Stuifzandheidelandschappen vormen een bijzonder soort biotoop dat een groot aantal bijzondere plant- en diersoorten herbergt, waaronder ‘Rode Lijst’-soorten. Maar deze landschappen staan onder toenemende druk door klimaatverandering, stikstofdepositie, de komst van invasieve exoten en de maatschappelijke verschuiving van bescherming naar benutting en beleving. Is soortenbehoud onder deze omstandigheden nog wel een haalbaar doel, of moeten we onze focus verleggen? Hebben we hiervoor nog wel voldoende geld over of kunnen we dat beter anders besteden?

jozef - Sessie Planken Wambuis presentatie Jozef Keulartz

Internationaal: De achteruitgang van de mondiale biodiversiteit is een typische Tragedy of the Commons. Landeigenaren hebben nu meer individueel belang bij omzetting van natuurgebieden naar bijvoorbeeld landbouwgrond dan behoud dat in het belang is van de gehele mensheid. Hoe deze afwegingen te laten uitvallen ten gunste van behoud? Er is een explosief groeiende internationale aandacht voor het idee dat diegenen die belang hebben bij het bestaan van ecosystemen en biodiversiteit landeigenaren daarvoor betalen via zogenoemde payments for ecosystem services. Maar is dat ook rechtvaardig? Staat zo een ‘gebruiker betaalt principe’ niet op gespannen voet met het principe dat de vervuiler betaalt? Oftewel, hoort Nederland Brazilië te betalen voor het behoud van het Amazonegebied? Of hoort Brazilië Nederland juist te compenseren voor ieder verlies van het Amazonegebied?

Biografieën sprekers en panelleden

Jozef Keulartz (1947) studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1992 promoveerde op een proefschrift over het werk van de Duitse filosoof Jürgen Habermas. Hij was universitair hoofddocent bij de leerstoelgroep Toegepaste Filosofie van Wageningen Universiteit & Research Centrum (WUR). Momenteel is hij als emeritus bijzonder hoogleraar Duurzaamheid en Levensbeschouwing verbonden aan de Radboud Universiteit. Keulartz publiceerde op de terreinen van Science & Technology Studies, sociale en politieke filosofie, dierethiek, milieufilosofie en (nationaal en internationaal) natuurbeleid. Hij is voorzitter van de stichting Natuurlijke Processen.

Jozef

Panelleden

Prof. dr. Michiel Korthals is hoogleraar Toegepaste Filosofie, Wageningen Universiteit. Zijn academische belangstelling richt zich vooral op de ethische kwesties van landbouw, milieu en voeding en de rol van maatschappelijke groepen daarbij (zoals consumenten, industrie, overheid). In meer dan 70 peer-reviewed wetenschappelijke zowel als in populaire publicaties heeft hij de resultaten van zijn empirische en ethische onderzoek over ethische aspecten van voeding, duurzaamheid, gezondheid en verantwoordelijkheid gepubliceerd. Korthals schreef of verzorgde 28 boeken zoals Duurzaamheid en democratie (Boom, 1995), Tussen voeding en medicijn (Utrecht 2001). Voor het eten (Boom 2002), Ethics for Life Sciences (Springer, 2005), Before Dinner. Philosophy and Ethics of Food (Springer 2004). In zijn laatste boek Genomics, Obesity and the Struggle over Responsibilities (Springer) behandelt hij samen met collega’s de relatie tussen extreem overgewicht, voeding en genen en de ethische implicaties daarvan. Hij begeleidt empirisch-ethisch onderzoek op het gebied van gezonde voeding voor consumenten, de verbetering van ethische kwaliteit in de voedingsindustrie (inclusief cateraars) en de veehouderij. Een instrument dat daarbij is ontwikkeld is het concept ‘script’, het geheel van impliciete normatieve keuzen verbonden met het design van een innovatie en dat consumenten er al dan niet toe kan brengen zich aan een innovatie aan te passen of naar hun hand te zetten, afhankelijk van hun waardenpatroon. Korthals is initiator en voorzitter van de commissie Ethiek van Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek van Wageningen Universiteit. De laatste jaren treedt hij veelvuldig op met eigen gedichten over eten, landbouw en natuur.

michiel

Dr. ir. Martijntje Smits is filosofe en ingenieur en zij werkt als senior onderzoeker aan de Universiteit van Utrecht. Vanuit de invalshoek van technology assessment en techniekfilosofie verdiept zij zich in de maatschappelijke gevolgen van nieuwe technologieën, waaronder smart grids en autonome robots.  Eerder was ze  verbonden aan de  TU Eindhoven en aan het Rathenau Instituut in Den Haag. Zij schreef onder andere “Monsterbezwering. De culturele domesticatie van nieuwe technologie.”

Smits

Prof. dr. Kornelis Blok (1956) heeft een achtergrond in natuurkunde en is bij de Universiteit Utrecht gepromoveerd op een proefschrift over het reduceren van co2 uitstoot. Hij is hoogleraar duurzame energie aan dezelfde universiteit. Hij is mede-oprichter van Ecofys, een consultancy bureau voor vernieuwbare energie, energie en koolstof efficiëntie, energiesystemen en klimaatbeleid. In 2008 ontving Prof. Blok namens Ecofys de Erasmus prijs voor het meest innovatieve bedrijf van Nederland. Prof. Blok heeft uitgebreide onderzoeks- en consultancy ervaring op het gebied van energie-efficiëntie en schone energie productie. Hij heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van internationaal klimaatbeleid. Hij was mede-auteur van de Derde en Vierde Assessment Rapporten van het Intergouvernementeel Panel voor Klimaatverandering (IPCC).

eelco blok

Discussieleider

Prof. dr. Josee van Eijndhoven is emeritus professor in Sustainability Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze was voorzitter van het CvB van deze universiteit van 2001-2006.

Van 1991 tot 2001 was ze directeur van het Rathenau Instituut in Den Haag, en van 1975 tot 1998 in verschillende functies verbonden aan de Universiteit Utrecht. Ze werd daar aangetrokken om het vak Chemie en Samenleving op te zetten. Rond dit vakgebied was aanvankelijk veel discussie over het belang van ethiek versus industriele kennis. Het terrein omvatte uiteindelijk beide deelgebieden, maar het is een spannende vraag gebleven.

josee-van-eindhoven

Sprekers sessies

Frans Vera (1949) studeerde biologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en voltooide die in 1978. Hij wilde werkzaam zijn in de natuurbescherming en werkte daarvoor bij het Staatsbosbeheer en op het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Daarna was hij enkele jaren verbonden aan de Universiteit van Wageningen, waar hij in 1997 promoveerde op het proefschrift Metaforen voor de wildernis; eik, hazelaar rund en paard. (In uitgebreide vorm in 2000 verschenen onder de titel: Grazing Ecology and Forest History.) Dit proefschrift was een uitvloeisel van zijn ervaringen met de ontwikkeling van de Oostvaardersplassen in Zuid Flevoland, waar hij sinds 1979 bij betrokken is. Het landschap dat de grazende grauwe ganzen in het moeras schiepen, deed bij hem de vraag rijzen of de klassieke theorie dat grote planteneters het verloop van de ontwikkeling van de begroeiing volgen, wel klopte. Die theorie stelt namelijk dat de ongerepte natuur in het laagland van Europa, ondanks de aanwezigheid van inheemse grote wilde herbivoren tarpan (wild paard) oerrund (wild rund), edelhert, eland, ree en wild zwijn een gesloten bos was, zoals dat er ook zou zijn zonder hen. Zij zouden dus het verloop van de ontwikkeling van de begroeiing volgen en daar dus van nature geen invloed op uitoefenen, want dan alleen krijg je bos. Hij constateerde op grond van de ecologie van de soorten bomen die deel zouden hebben uitgemaakt van dat bos, dat deze theorie moest worden verworpen, omdat bepaalde soorten bomen zich volgens vele praktijk-experimenten niet in bossen kunnen handhaven. Hij formuleerde een alternatieve theorie die dat het voortbestaan van al die soorten bomen wel kan verklaren. In deze theorie spelen de grote, inheemse wilde hoefdieren wel een sturende rol. Het resultaat is een parkachtig landschap van graslanden, struiken, struwelen, solitaire bomen en bosschages ontstond. Daarvan is volgens hem de bosweide de meest nabije moderne analogie.

FrVera1_Jaap Weidema foto: Jaap Weidema

Rob Lenders is universitair docent bij de afdeling Milieukunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn onderwijs en onderzoek richten zich op natuurbehoud strategieën, in het bijzonder in relatie tot de menselijke visies op de natuur, in het bijzonder met betrekking tot rivierbeheer. Hij is gespecialiseerd in hostorische ecologie, herpetologie, natuurbeheer en milieustudies. In 2003 voltooide hij zijn proefschrift getiteld Environmental rehabilitation of the river landscape in the Netherlands. A blend of five dimensions. Sinds 1994 bekleedt hij de leerstoel van de Stichting voor Reptile, amfibieën en vissen onderzoek in Nederland (RAVON).
rob lenders
Erwin van Maanen is bioloog en milieukundige. Hij werkt momenteel als zelfstandig milieuadviseur  voor EcoNatura, met specialisatie in milieuefeect reportages, natuur & wildbeheer en ecologische duurzaamheid. Erwin heeft expertise op het gebied van het beheer van natuurlijke hulpbronnen, landschapsecologie, conservation ecology, rewilding en  de ecologie van roofvogels en carnivoren. Hij is mede-oprichter en huidige voorzitter en secretaris van de Rewilding Foundation.

Martin Drenthen is universitair hoofddocent bij de afdeling Filosofie & Wetenschapsstudies van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij promoveerde in 2003 op Grenzen aan wildheid, een onderzoek naar de morele betekenis van wildheid in ethische debatten rondom natuurontwikkeling. De laatste tijd richt zijn onderzoek zich op ethische en filosofische kwesties rond de verhouding tussen mens en landschap. Sinds begin 2013 is hij projectleider van VIDI onderzoeksproject “Ethiek van het leesbare landschap“, waarin ethische vragen rondom natuurontwikkeling worden bestudeerd vanuit de relatie tussen culturale identiteit en landschap.
Monique Riphagen is sinds 4,5 jaar werkzaam bij het Rathenau Instituut. Ze heeft o.a. het burgerform World Wide Views on Global Warming in Nederland georganiseerd, en is mede-redacteur van het rapport ‘Ruimte voor klimaatdebat, perspectieven op de interactie tussen klimaatpolitiek, – wetenschap en de media’ (Rathenau Instituut, 2010). Eerder was Monique Riphagen o.a. werkzaam in diverse functies bij de overheid. Ze studeerde milieuygiene  in Wageningen en filosofie in Nijmegen.

Organisatie Dag vd Milieufilosofie

Bernice Bovenkerk (1973) studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam, met als afstudeerrichting milieu-filosofie. Zij ging daarna werken als bio-ethicus bij het Centrum voor Bio-ethiek en Gezondheidsrecht, Universiteit Utrecht. In 2010 is zij gepromoveerd aan de Universiteit van Melbourne, Australië, op een proefschrift getiteld ‘The Biotechnology Debate. Democracy in the face of intractable disagreement.’ Momenteel voert zij post-doc onderzoek uit aan het Ethiek Instituut van de Universiteit van Utrecht op het gebied van de dier-ethiek, meer in het bijzonder over de morele status van vissen en over domesticatie van dieren. Ook houdt Bernice zich bezig met klimaatverandering en publiek debat (www.bernicebovenkerk.com).

Photo on 2013-01-11 at 15.42 #3

Clemens Driessen (1976) studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam en technische bestuurskunde aan de TU Delft. Momenteel is hij onderzoeker bij het departement wijsbegeerte van de Universiteit Utrecht en docent aan de Wageningen Universiteit. Aan die laatste hoopt hij dit jaar zijn proefschrift te verdedigen over de coevolutie van morele opvattingen en technologische verandering in de veehouderij. Als onderdeel daarvan probeert hij samen met onderzoekers en ontwerpers van de HKU computerspellen te ontwikkelen waarmee varkens in de intensieve veehouderij met hun toekomstige consumenten kunnen spelen (www.playingwithpigs.nl). Eerder werkte hij als onderzoeker aan King’s College London waar hij fenomenen rond nieuwe wilde natuur bestudeerde (www.wildexperiments.com).

IMG_9054+cropped

Lana Aziz

Lana Aziz (1988) is derdejaars bachelorstudente Politieke Geschiedenis en Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Utrecht. Naast deze studie heeft zij een minor Ethiek gevolgd en is haar interesse zodanig gegroeid dat zij nu stage loopt op het Ethiek Instituut in Utrecht. Zij wil zich specialiseren in Public Health issues en na haar bachelor beginnen aan de master Health Sciences aan de VU. Het organiseren van de dag van de milieufilosofie is een van haar stageonderdelen.

Een verslag van de dag door Monique Janssens

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s