Dag van de milieufilosofie 2016

Op vrijdag 22 april (World Earth Day) 2016 organiseert de Vereniging voor Milieufilosofie de vierde editie van de ‘Dag van de Milieufilosofie’, in nauwe samenwerking met de Vereniging voor Milieuprofessionals (VVM), de Artis Academie (Natura Artis Magistra) en Vereniging Natuurmonumenten, die dit jaar als gastorganisator optreedt.

Voedsellandschappen van de Toekomst

Het thema van de Dag luidt: ‘Voedsellandschappen van de Toekomst’. Een brisant thema. Want ga maar na: met 500 inwoners per km2 staat Nederland op de vierde plaats van de dichtstbevolkte landen ter wereld, maar is het ook de op één na grootste exporteur van landbouwproducten ter wereld; ruim de helft van de totale oppervlakte van Nederland is landbouwgrond, en ruim de helft daarvan is grasland. Geen wonder dat er tussen de landbouw en het (rurale én urbane) landschap grote spanningen bestaan. Recente krantenkoppen liegen er niet om: ‘Ongewenste mest verstikt de duinen’, ‘Nederlandse natuur dramatisch verslechterd’, ‘Nederland is en blijft de vieze man van Europa’…

Brandende vragen

Moeten we streven naar verdere intensivering van de landbouw om zodoende meer ruimte te scheppen voor ‘wilde’ natuur, of moeten we de natuur juist terugbrengen in de landbouw zoals aanhangers van biologische landbouw, agroecologie en permacultuur bepleiten? Wat is de betekenis van technologische ontwikkelingen in de landbouw – denk aan de precisielandbouw die gebruikmaakt van satellietbeelden, sensoren, drones en robots – voor het beroep van de boer en ook voor het welzijn van het vee? Wat betekent de opkomst van nieuw voedsel, zoals insecten en kweekvlees, voor de landbouw en voor ons landschap? Wat zijn de vooruitzichten voor stadslandbouw, zoals moestuinen, schooltuinen en daktuinen? Wat is de rol en verantwoordelijkheid van de burger inzake landbouw en landschap?

De Dag

Deze en vele andere brandende vragen staan centraal in de lezingen, presentaties en discussies op de Dag van de Milieufilosofie, die plaatsvindt op een prachtige locatie: Kasteel Hackfort, een landgoed van Natuurmonumenten nabij Zutphen. Inbegrepen zijn een duurzame lunch, koffie/thee, een rondleiding over het landgoed, borrel en hapjes, plus busvervoer van NS-station Zutphen naar de locatie en terug.

 Wouter Achterberg Scriptieprijs

Op deze dag zal ook de Wouter Achterberg Scriptieprijs worden uitgereikt aan de masterstudent met de beste scriptie op het gebied van milieufilosofie tussen 2013 en 2016. Zie voor bijzonderheden het betreffende tabblad.

Programma 22 april 2016

09.30 – 10.00 Ontvangst met koffie en thee
10.00 – 10.15 Jozef Keulartz: Welkomstwoord
10.15 – 11.00 Michiel Korthals: Eetbare landschappen 2040
11.00 – 11.30 Referent: Onno van Sandick met discussie
11.30- 11.45 Pauze
11.45 – 13.15 Parallelle sessie 1
13.15 – 14.15 Lunch en rondleiding
14.15 – 15.45 Parallelle sessie 2
15.45 – 16.00 Pauze
16.00-17.30 Paneldiscussie: Welke voedsellandschappen hebben toekomst?
17.30 – 17.35 Uitreiking Wouter Achterberg scriptieprijs door Marc Davidson
17.35 – 17.40 Afsluitend woord
17.45 Borrel

10.15 – 11.00: Michiel Korthals: Eetbare landschappen 2040

Voedingsproducten lijken zo eenvoudig: je koopt ze in de winkel, kookt ze en legt ze op je bord; maar de processen die tot die producten leiden, daar gaat het ethisch gezien om. De snelle hap, vlees, groente en fruit hebben hun landschappen met bepaalde dieren, boeren en consumenten, hier en nu, en heel ver weg en straks. Wat zullen innovaties als kweekvlees, precisielandbouw, boerloze productie, stadslandbouw, insecten en peulenburgers voor landschappen krijgen? Bij voedsel en landschap gaat het steeds om producten en processen, kwantiteit en kwaliteit, geld en zorg, werk en ontspanning, natuur en cultuur, dieren en mensen. Hoe liggen de verhoudingen tussen die polen? Wie beslist daarover? Wat zijn de optimale verhoudingen? Ik zal in ieder geval betogen dat korte voedselketens tussen producenten en consumenten van groot voordeel zijn voor het landschap hier en ver weg.

 11.00-11.30: commentaar van Onno van Sandick en discussie

11.45 – 13.15: Parallelle sessies 1

A. Boerenethiek, natuur en landschap

Moderator: Sjaak Swart

Frans Stafleu: Boeren-ethiek: Slavernij of autonomie?

Ethische discussies over water management, voedselproductie en landgebruik worden meestal door belangengroepen in de maatschappij geinitieerd en niet door boeren zelf. Toch kunnen boeren een belangrijke bijdrage leveren aan het publieke debat omtrent deze kwesties. Zij hebben duidelijke waarden en morele visies die relevant zijn in dit debat. Dit roept de vraag op hoe dergelijke input geoperationaliseerd kan worden. Een mogelijkheid is om te vertrouwen op hun professionele morele autonomie. Maar wat impliceert professionele morele autonomie in de boeren praktijk? En waarom bleven boeren historisch gezien op de achtergrond in deze ethische discussies?

Glenn Deliege: Wortels
‘Natuurbeschermers zijn ingeweken stadsmensen die niets begrijpen van de natuur hier’. Het is een standaardopmerking van boeren die hun beklag doen over natuurbeschermers wanneer die hen ‘de les komen spellen’. Natuurbeschermers voelen zich doorgaans niet aangesproken: zij wonen toch in dezelfde dorpen en bovendien doet de boer niet aan natuur, maar aan landbouw. Confrontaties lopen zo vaak uit op een dovemansgesprek. Maar wat als we nagaan wat beide perspectieven echt op het spel zetten? Zouden ze elkaar dan kunnen vinden in gemeenschappelijke bezorgdheden – of wijzen ze naar elkaars blinde vlekken?
Een zo’n mogelijke blinde vlek voor de natuurbeweging is het thema ‘wonen’. De boer schrijft zich in het landschap in op een manier die moeilijk te recupereren valt vanuit een natuurbeschermers-standpunt. Het bedrijf van de boer is een onontwarbaar kluwen van familielijnen, gezin, grond, gewassen en dieren. De boer behoort aan zijn bedrijf zoals het bedrijf hem behoort. Ligt er in een doordenken van een dergelijk ‘behoren’ misschien een uitdaging voor de natuurbeweging?

B. Nieuw voedsellandschap

Moderator: Marc Davidson

Bernice Bovenkerk: Insecten-ethiek: de voor- en nadelen van entomofagi
Aangezien de productie en consumptie van vlees, vis en zuivel schadelijke gevolgen heeft voor het milieu en de voedselzekerheid, is het idee steeds meer in opkomst dat een eiwittransitie nodig is. We dienen over te stappen op een consumptiepatroon dat meer gebaseerd is op plantaardige eiwitten, maar wellicht ook op dierlijke ‘alternatieven’, zoals in vitro vlees of insecten. Bernice Bovenkerk zal ingaan op entomophagy, menselijke consumptie van insecten. Hoewel entomophagy vele voordelen kent, zijn er ook kanttekeningen te plaatsen, zowel van praktische aard (hoe realistisch is het dat we massaal gaan overstappen op consumptie van insecten en wat zijn de mogelijke milieu-risico’s?) als van dier-ethische (hebben insecten bewustzijn en gevoel en zo ja zouden we morele status moeten toekennen aan insecten en moeten we de criteria voor morele status wellicht uitbreiden?).

Cor van der Weele: Vlees voor de armen? Over kweekvlees en peulvruchten
Als het gaat om alternatieven voor vlees krijgen de innovatieve en high-tech alternatieven veel aandacht, met kweekvlees als het meest spectaculaire voorbeeld. Kweekvlees prikkelt de verbeelding rond de toekomst van vlees, ook doordat het veel gemengde gevoelens rond ‘gewoon’ vlees activeert. Maar eenmaal geactiveerde verbeelding komt onvermijdelijk ook een oeroud alternatief voor vlees tegen: peulvruchten, het “vlees voor de armen”, waarvan de consumptie almaar verder daalt, zowel in de rijke delen van de wereld als in ontwikkelingslanden, die gemiddeld ook rijker worden. De FAO vraagt in 2016, het internationale jaar van de peulvruchten, aandacht voor deze duurzame, gezonde en verwaarloosde bron van eiwitten en vezels. Aan de verbeelding niet alleen de taak zich te buigen over letterlijke en metaforische voedsellandschappen, zowel rond kweekvlees als rond peulvruchten, maar ook om daarbij peulvruchten opnieuw cultureel uit te vinden.

C. Boerloos productielandschap

Moderator: Sanne van der Hout

Jacqueline Bos: Digitalisering van dieren
Het Nederlandse boerenbedrijf gaat digitaal. GPS navigatie en drones zorgen ervoor dat akkers tot op de vierkante meter in beeld worden gebracht en beploegd, bemest en – waar nodig – bespoten. Koeien krijgen in de toekomst ook internetaansluiting: sensoren en stappentellers zullen over een paar jaar realtime informatie verzamelen over het tijdstip van vruchtbaarheid en ongemakken bij de dieren zoals kreupelheid en mastitis. Varkens en kippen kunnen straks met sensoren en camerabeelden continue worden gemonitord op groei, afwijkend gedrag en ziektes. De grote belofte van dergelijke precisielandbouw is dat hogere opbrengsten hand in hand gaan met verduurzaming van de sector en meer aandacht voor dierenwelzijn. Maar het is nog afwachten of dat in de praktijk ook zo uitpakt. Als de veehouder de situatie in de stal bekijkt met behulp van een tablet of mobiele telefoon, kan dat leiden tot een minder persoonlijk contact met de dieren. Digitalisering roept bovendien vragen op over verdere intensivering, schaalvergroting en de positie van de boer. Hun werk zal meer gaan lijken op dat van een datamanager, met mogelijk nieuwe afhankelijkheden van de verwerkende industrie tot gevolg.

Clemens Driessen: En wat wil de koe? Over de betekenis van de melkrobot
Koeien zichzelf laten melken met een robot, door de melkveehouder via datamanagement vanuit zijn glazen ‘skybox’ gevolgd. Dat lijkt natuurlijk een vorm van vervreemding van het ware boeren- (en koeien-) leven. En misschien is dat ook wel zo, maar in de praktijk blijken zaken vaak ook complexer te zijn. Hoe dwingend is die robot, of werkt hij ook bevrijdend? Een verslag van een filosoof die besloot in de stal te gaan kijken om te zien en horen wat een melkrobot betekent voor boer en koe. De centrale termen waarin de impact van de melkrobot wordt begrepen blijken gaandeweg van betekenis te veranderen. Net als de boer en koe zelf, en hoe zij met elkaar omgaan.

14.15 – 15.45: Parallelle sessies 2

A. Te PAS of te onpas? Wat voor landbouw past er in (voedselarme) natuur?

Inleiders: Prof. Jan Willem Erisman en Corine Quarles van Ufford 
Sessievoorzitter: Bram van Liere
In deze interactieve sessie staan twee cruciale begrippen uit de nieuwe Omgevingswet centraal: de programmatische aanpak en de omgevingswaarde. De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) staat model voor de generieke programmatische aanpak in de Omgevingswet. Zoals stikstofdepositie een waarde is die uitwisselbaar is voor verschillende bronnen in de PAS, zo worden in de Omgevingswet voor heel veel aspecten van onze leefomgeving kwantitatieve “omgevingswaarden” vastgesteld. Als de omgevingswaarde wordt overschreden, kan door een programmatische aanpak meer vervuiling worden toegelaten, anticiperend op een toekomstige verbetering door in het programma opgenomen maatregelen.
In 60% van de Europees beschermde natuur in Nederland komt teveel stikstof uit de lucht en dat is slecht voor de biodiversiteit in onze natuurgebieden. Omdat de Europese richtlijn verslechtering verbiedt, kunnen niet meer koeien of varkens worden toegestaan of wegen aangelegd, snelheden verhoogd of industrie uitgebreid. De Programmatische aanpak stikstof (PAS) moet deze economische belemmering opheffen en maatschappelijk gewenste ontwikkelingen mogelijk maken.
Om verslechtering van de natuur te voorkomen worden herstelmaatregelen uitgevoerd in de natuur, bijvoorbeeld het afplaggen van de voedselrijke bovenlaag. Dit is ingrijpend voor de aanwezige dieren en natuur en kan je niet keer op keer herhalen. Trekt met de PAS de landbouw verder de natuur in en volgt na de stikstofdepositie het tuinieren?

Volgens Jan Willem Erisman ‘lenen’ we van de natuur, omdat stikstofuitstoot wordt toegestaan in een overbelaste situatie op basis van berekende effectiviteit van de PAS. Dit is gevaarlijk, want wie garandeert dat er werkelijk natuurwinst optreedt? Hij pleit voor landbouwinclusieve natuur.

Corine Quarles van Ufford vindt het lastig om zich te verbinden met de kwantitatieve omgevingsnormen. Welke echte waarden schuilen er achter deze omgevingswaarden? Ze neemt ons mee in de mogelijkheden en dilemma’s van de nieuwe Omgevingswet. Hoe creëren we voldoende ontwikkelingsruimte voor een gezond en duurzaam voedsellandschap?

B. Stadslandbouw

Moderator: Klaas de Jong

Erik de Jong: De tuin als voedselbron
Niet alleen het landschap levert ons voedsel: dat doet ook sinds mensenheugenis de ruimte die we ‘tuin’ noemen. Verschillende culturen hebben verschillende opvattingen over de ruimte van de tuin en zijn relatie met natuur, landschap en bos. De telkens wisselende verhoudingen tussen wild en gezaaid, tussen verzamelen en bewerken staan in de tuin centraal. De recente opkomst van urban gardening stelt deze traditie in een nieuw licht en bewijst opnieuw dat de tuin zonder een culturele context niet bestaat, er zelfs zijn bestaan aan dankt. Hoe komt het dan dat we de tuin als voedselproducent in de tweede helft van 20ste eeuw zo hebben verwaarloosd? Een korte receptie geschiedenis van de tuin als voedseltuin en niet louter als siertuin is hier op zijn plaats om nieuwe studie naar dit fenomeen te kunnen verrichten.

Paul de Graaf: Reflectie op de standslandbouwpraktijk
Vanuit zijn betrokkenheid bij stadslandbouw als onderzoeker, ontwerper en initiatiefnemer zal Paul de Graaf ingaan op idealen, ambities en verwachtingen die aan stadslandbouw worden verbonden, maar ook op de vaak meer prozaïsche praktijk en haar uitdagingen en contradicties. Wat hebben stad en landbouw elkaar te bieden? Hoe kan het uitoefenen van landbouw bijdragen aan welzijn en duurzaamheid van de stad? Is stadslandbouw een natuurlijk onderdeel van het stedelijk ecosysteem of een bedreiging van stadsnatuur? Stadslandbouw biedt een podium en experimenteerplek waar dit soort vragen worden gewikt en gewogen. De veelvormige stadslandbouwpraktijk is daarmee een broedplaats voor het voedingslandschap van de toekomst.

C. Land delen of land sparen

Moderator: Kirsten Haanraads

Wouter van Eck: Voedselbossen: verzoening van landbouw en natuur
Stel je voor, een agrarisch landschap dat even weelderig oogt als een natuurlijk bos. Talrijke vogels, insecten, zoogdieren vinden hier voedsel, gelegenheid om te schuilen, te nestelen, te overwinteren. De percelen geven tegelijkertijd rijke oogsten. Een voedselbos is een door mensen gecreëerde plantengemeenschap met een hoog aantal eetbare soorten. Hierbij wordt voortgebouwd op ecologische principes die kenmerkend zijn voor een bos. Zo wordt een hoge productie bereikt, zonder gebruik van vervuilende inputs als (kunst)mest of landbouwgif. De breuk met de monocultuur en de teelt van eenjarige gewassen kan niet groter zijn. Er is een wereld te winnen als de boer eindelijk eens weet te stoppen met ploegen, mesten, eggen, zaaien, wieden, spuiten, oogsten (en weer doorgaan). De ervaringen met Voedselbos Ketelbroek tonen aan dat de harde tegenstelling tussen natuur en landbouw te overstijgen is als bomen en struiken slim in de teelt worden geïntegreerd.

Hidde Boersma: Intensieve landbouw maakt ruimte voor natuur
Romantiek of pragmatiek? Welke oplossingsrichting kiezen we als we in 2050 negen miljard monden willen voeden en tegelijk de Amazone intact willen houden? In deze lezing pleit ik voor pragmatiek. De romantische terug-naar-de-natuur-filosofie sust weliswaar ons gemoed, maar is niet in staat om een groene planeet te combineren met een welvarende. Het is de intensieve landbouw die in staat is gebleken om het aantal hongerigen te doen dalen van 80 procent aan het eind van 19e eeuw naar minder dan 10 procent nu, ondanks de enorme stijging van de wereldpopulatie. Intensieve landbouw spaart bovendien de natuur, door er ruimte voor vrij te maken. Nieuwe technieken als genetische modificatie kunnen ons helpen om de landbouw in de 21ste eeuw nog efficiënter en duurzamer te maken, en het is juist het armste smaldeel van de bevolking dat er het meest van zal profiteren.

16.00 – 17.30: Panel discussie: Welke voedsellandschappen hebben toekomst?

Met Vera Dalm (VVM/Milieu Centraal), Jaap Dirkmaat (Das & Boom), Johan van de Gronden (WNF), Albert Jan Maat (LTO), Hens Runhaar (hoogleraar Agrarisch natuurbeheer WUR) en Misha Lubbers (YFM Nederland) .
De discussie staat onder leiding van Teo Wams (Directeur Natuurmonumenten).

 

Sprekers

hidde boersmaHidde Boersma is een gepromoveerd moleculair bioloog, die in 2009 de academie verliet voor een journalistieke carrière. Als freelancer schrijft hij onder andere voor de Volkskrant, Elsevier en Correspondent, met name over biotechnologie, landbouw en ethiek. Daarnaast is hij op dit moment bezig met het maken van een documentaire over het gebruik van genetisch gemodificeerde gewassen in ontwikkelingslanden.

jacqueline bosJacqueline Bos is PhD onderzoeker bij de leerstoelgroepen Strategische Communicatie en Filosofie aan Wageningen Universiteit. Zij richt zich op het samenspel tussen digitale technologieën in de veehouderij, maatschappelijke zorgen over dierenwelzijn en het ontstaan van nieuwe markten voor diervriendelijke producten. Jacqueline studeerde Agrarische Economie aan Wageningen Universiteit met als specialisatie Ontwikkelingseconomie. Van 1999 tot 2009 doceerde zij bedrijfskunde en milieumanagement aan Hogeschool Van Hall Larenstein, deed onderzoek bij het Lectoraat Welzijn van Dieren en gaf trainingen en workshops aan bedrijven en overheidsinstellingen op het gebied van ISO 14001 (standaard voor milieumanagement). Onlangs schreef zij in opdracht van het Rathenau Instituut het rapport ‘Digitalisering van Dieren. Verkenning Precision Livestock Farming’.

bernice bovenkerkBernice Bovenkerk is universitair docent bij de Philosophy Group van Wageningen Universiteit. Hier doet zij onderzoek naar de ethiek van domesticatie van dieren. Voorheen was zij als post-doc werkzaam aan het Ethiek Instituut van Universiteit Utrecht, waar zij onderzoek deed naar de morele status en het welzijn van vissen in de aquacultuur. Zij promoveerde in 2010 aan Melbourne University in de politieke filosofie op een proefschrift over deliberatieve demoractie toegepast op de discussie over dierlijke en planten-biotechnologie. Zij studeerde milieufilosofie aan de Universiteit Amsterdam en Melbourne University.

marc davidsonMarc Davidson is Socrates-hoogleraar aan Maastricht University met als bijzondere leeropdracht Filosofie van duurzame ontwikkeling vanuit humanistisch perspectief. Daarnaast werkt hij aan de Universiteit van Amsterdam als onderzoeker en docent op het grensvlak van milieu-ethiek en milieu-economie.

glenn deliegeGlenn Deliège is als postdoctoraal onderzoeker in de milieufilosofie verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij promoveerde in 2013 aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte, KU Leuven op een proefschrift getiteld Wat natuur nog kan betekenen. Essay over de toekomst van het landschap. Goed natuurbehoud moet volgens hem steeds vertrekken vanuit een gevoeligheid voor het betekeniskader die de landschappelijke geschiedenis van een bepaalde plek schept.

martin drenthenMartin Drenthen is universitair hoofddocent filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij promoveerde in 2003 op zijn proefschrift Grenzen aan wildheid over de betekenis van Nietzsche’s moraalkritiek voor ethische debatten over natuurontwikkeling. Sinds begin 2013 is hij projectleider van een VIDI onderzoeksproject waarin hij een hermeneutische landschapsethiek ontwikkelt die conflicten rond nieuwe natuur begrijpt analyseert vanuit de relatie tussen het leesbare landschap en onze morele identiteit.

clemens driessenClemens Driessen is een filosoof met modder aan z’n schoenen die werkt als docent en onderzoeker bij de leerstoelgroep Culturele Geografie (departement omgevingswetenschappen) van de Wageningen Universiteit. Hij onderzoekt verschuivende morele opvattingen rondom veehouderij en natuurbeheer en de rol van nieuwe technologie bij veranderende mens-dier relaties. Onder andere door empirisch sociaal-wetenschappelijk onderzoek op de boerderij, door historisch onderzoek zoals naar de geschiedenis van het ‘Heck rund’, en in samenwerking met ontwerpers zoals in het ‘Playing with Pigs’ project.

wouter van eckWouter van Eck doceerde ontwikkelingsstudies aan de universiteit van Nijmegen voordat hij als campagneleider Landbouw en Voedsel bij Milieudefensie ging werken. Daarna was hij enige jaren directeur bij Stichting Floron (kennisinstituut inheemse flora). Ruim zes jaar geleden heeft hij Voedselbos Ketelbroek ontworpen en aangelegd. Inmiddels geeft hij cursussen over voedselbossen en werkt als ontwerper aan het realiseren van veerkrachtige landschappen.

jan willen erismanJan Willem Erisman is hoogleraar Integrale Stikstofstudies aan de VU Amsterdam en betrokken bij internationaal onderzoek en beleidsadvisering op het gebied van de stikstofproblematiek. Zijn onderzoek richt zich voornamelijk op het verduurzamen van de voedselproductie en energieverbruik om de groeiende wereldbevolking van voldoende voedsel te voorzien met een minimale milieubelasting. Hierbij onderzoekt hij de relatie tussen stikstof en klimaat, het gebruik van satellietdata om de bepaling van de stikstofblootstelling aan mens en natuur te verbeteren en naar de relatie tussen stikstof en voedselkwaliteit. Hij is tevens directeur van het Louis Bolk Instituut, een onafhankelijk internationaal kennisinstituut ter bevordering van écht duurzame landbouw, voeding en gezondheid, met de natuur als bron voor kennis. Door toepassing van het systeemdenken en een integrale aanpak benadert hij onderzoeksvragen niet geïsoleerd, maar altijd vanuit de hele context om zo tot succesvolle oplossingen te komen ter bevordering van de gezondheid van mens, dier en plant.

Paul de Graaf is een (landschaps)architect en systeemdenker geïnteresseerd in de relatie tussen architectuur, landschap en ecologie. Sinds 2003 exploreert hij als Paul de Graaf Ontwerp & Onderzoek de mogelijkheden om de menselijke habitat te (her)ontwerpen als duurzaam sociaal-ecologisch systeem, door het herintroduceren van natuurlijke processen en ecologische principes in de mensgemaakte omgeving.
Hij onderzoekt, ontwerp, schrijft, organiseert en geeft les. In zijn werk combineert hij een internationale oriëntatie en expertise met sterke lokale betrokkenheid. Hij is expert op het gebied van duurzame integratie van stadslandbouw en andere multifunctionele levende systemen in de hedendaagse stad en initiatiefnemer van verschillende lokale netwerken en evenementen rond dit thema. Medeoprichter en bestuurslid van Eetbaar Rotterdam (sinds 2007) en initiatiefnemer en curator van het jaarlijkse festival ERGroeit. Als oprichter van het Rotterdams Forest Garden Netwerk ontwikkelt en promoot hij een ecosysteembenadering van eetbaar openbaar groen en randstedelijke agroforestry. Hij is lid van de International Ecological Engineering Society (IEES).

erik a. de jongErik A. de Jong bezet de Artisleerstoel voor Cultuur, Landschap en Natuur aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is tevens adviseur voor het Masterplan van Artis en inhoudelijk verantwoordelijk voor de opzet van het Groote Museum voor Mens en Natuur i.o., Amsterdam. Van 2002 tot 2007 was hij hoogleraar Landscape Studies aan het Bard Graduate Center in New York en van 2002 tot 2008 Harvard Senior Fellow Landscape Studies, Dumbarton Oaks, Washington DC, Trustees for Harvard University. Zijn onderzoek betreft de relatie mens – natuur, de geschiedenis en actuele betekenis van tuin- en landschap en de kwestie van het groene en natuurhistorische erfgoed.

jozef keulartzJozef Keulartz studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1992 promoveerde op een proefschrift over het werk van de Duitse filosoof Jürgen Habermas. Hij was universitair hoofddocent bij de leerstoelgroep Toegepaste Filosofie van Wageningen Universiteit & Research Centrum (WUR). Momenteel is hij als emeritus bijzonder hoogleraar Duurzaamheid en Levensbeschouwing verbonden aan de Radboud Universiteit. Keulartz publiceerde op de terreinen van Science & Technology Studies, sociale en politieke filosofie, dierethiek, milieufilosofie en (nationaal en internationaal) natuurbeleid. Hij is voorzitter van de stichting Natuurlijke Processen.

michiel korthalsMichiel Korthals richt zijn onderzoek op de globale en lokale samenhang tussen water, landbouw en milieu, sociale instituties, klimaatverandering, en honger en ondervoeding. Hij is emeritus hoogleraar Toegepaste Filosofie, Wageningen Universiteit. Voornaamste publicaties: Filosofie en intersubjectiviteit (1983); Duurzaamheid en democratie (Boom, 1995); Tussen voeding en medicijn (Utrecht 2001), Voor het eten (Boom 2002), Pépé Grégoire, Een filosofische duiding van zijn beelden (Waanders, 2006). Hij was hoogleraar directeur van het Department Sociale Wetenschappen (1996-2000) en voorzitter van de RvT van de Stichting FREE (Foundation for the Restoration of European Ecosystems), die ongeveer 1500 Hooglanders, Konikspaarden, Wisenten en Rode Geuzen beheert (tot 2014); voorzitter van de Wouter Schatbornstichting voor nieuwe energie; lid van Raad van Advies van Hoge Veluwe; lid bestuur Stichting oude landgewassen Laren (SOLL). De laatste jaren treedt hij veelvuldig op met lezingen en gedichten over eten, landbouw en natuur.

bram van liereBram van Liere is filosoof en bioloog. Hij is fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de Provinciale staten van Noord-Holland. In zijn masterthese ‘Ethiek in het wild’ zocht hij een oplossing voor het conflict tussen ‘dierethiek’ en ‘milieuethiek’ in zijn tweede masterthese ‘Elaborate monkey talk or unique universal grammar?’ schreef hij over de evolutie van taal. Voor de Partij voor de Dieren werkte hij aan de woudfundingactie om Staatsbosbeheernatuur veilig te stellen in een openbare veiling. Het beheerplan van zijn hand voor de gebieden in Daarle (OV) wordt momenteel uitgevoerd.

Corine Quarles van UffordCorine Quarles van Ufford is secretaris van de Sectie Ethiek en Milieufilosofie van de VVM. Zij werkt als milieuprofessional en procesbegeleider bij de provincie Gelderland en BIJ12 aan de ontwikkeling van het digitale stelsel voor de omgevingswet (de “Laan van de Leefomgeving”). Zij is een drijvende kracht achter de Atlas Leefomgeving en het bestand veehouderijbedrijven. Met de VVM dilemmabalie maakt zij ethische dilemma’s rond de ethische code van milieuprofessionals op een creatieve manier bespreekbaar.

onno van sandickOnno van Sandick is oprichter en voorzitter van de sectie ethiek en milieufilosofie van de VVM. Hij werkt op dit moment bij Rijkswaterstaat, de Uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Eerder werkte hij op de strategiedirectie van het ministerie en daarvoor bij het ministerie van VROM, onder meer aan duurzame ontwikkeling, bodembeleid, aansprakelijkheid en internationaal beleid.

cor van der weeleCor van der Weele is bijzonder hoogleraar humanistische wijsbegeerte aan de Universiteit Wageningen. Ze studeerde biologie en filosofie en promoveerde in de filosofie van de biologie. Ze heeft de laatste jaren onder meer onderzoek gedaan naar morele veranderingsprocessen rond vlees en kweekvlees, met speciale interesse voor de rol van ambivalentie, selectieve aandacht en verbeelding.

 

Informatie en aanmelden

Kasteel Hackfort

Kasteel Hackfort

Locatie

Kasteel Hackfort
Natuurmonumenten
Baakseweg 8, 7251 RH Vorden

Route

Vanaf station Zutphen zal een shuttlebus naar het kasteel rijden. De bus vertrekt iets na 9.30 en rijdt rond 18.30 uur weer terug.
Maar met de (OV) fiets is natuurlijk ook altijd een goed idee, of wellicht voelt u voor een aardige wandeling vanaf station Vorden.

Kosten en aanmelding

De kosten bedragen € 38,50 voor leden van Natuurmonumenten en € 47,50 voor niet-leden. Inbegrepen zijn koffie/thee, een lunch, borrel, shuttle bus van en naar station Zutphen en een rondleiding.

U kunt zich aanmelden via deze link: https://www.natuurmonumenten.nl/activiteiten/dag-van-de-milieufilosofie-2016-op-hackfort/2016-04-22t1000

Wij streven ernaar om zo min mogelijk impact op het milieu te hebben en daarom is de Dag van de Milieufilosofie een vrijwel papierloze dag. U heeft vast nog wel een oude badge van een vorige bijeenkomst. Recycle deze! Gelieve indien gewenst ook uw eigen notitieblok en pen mee te nemen.

Voor meer informatie: Jozef Keulartz, J.Keulartz@science.ru.nl

Advertenties